Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Aansluiten op breinbehoeften zorgt meteen voor een andere les’

Elk brein is anders: dat van peuters en kleuters verschilt van dat van pubers en studenten, en dat van mensen met autisme is anders bedraad dan dat van mensen met ADHD of geen van beide stoornissen. Docent en eigenaar van het Breinbureau Jan van der Zwan pleit daarom voor meer breinvriendelijk onderwijs.

Na een saai hoorcollege stappen de studenten het leslokaal in. De les was nogal saai. Ze balen en zien er moe uit. Wat te doen? ‘Voor veel docenten is dit geen reden om hun programma aan te passen: je wilt toch je geplande lesstof behandelen’, schetst Van der Zwan. ‘Maar vanuit breinvriendelijk onderwijs zou je kunnen redeneren dat het reptielenbrein, dat verantwoordelijk is voor emoties en motivatie, het rationele brein – de neocortex – overheerst. Dan kan het zinvoller zijn om ze eerst even vijf minuten stoom af te laten blazen.’

Hete vuren

Zelf raakte Van der Zwan geïntrigeerd door het brein toen hij veel met peuters en kleuters werkte. ‘Na mijn studie ontwikkelingspsychologie heb ik eerst een tijd gewerkt op een afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie voor kinderen met gedragsproblemen en daarna als manager van een kinderdagverblijf voor kinderen met gedragsproblemen. Daar heb ik voor hete vuren gestaan. Toen ik Het puberende brein van Eveline Crone uit 2008 las, dacht ik: dat moet ook van toepassing zijn op peuters en kleuters. En hoe meer ik ontdekte, hoe meer ik daarin bevestigd werd. Nu vertaal ik breinkennis over nul- tot honderdjarigen naar de praktijk in mijn workshops en lessen met breinvriendelijk onderwijs.’

Regie over gedrag

Aansluiten op de behoeften van het brein in de les heeft direct effect. En blijvend: ‘Vroeger dacht men dat 70 procent van het gedrag genetisch bepaald was en 30 procent door de omgeving. Maar dat blijkt precies andersom te zijn. Als docent ben je dus écht belangrijk bij het helpen van kinderen zich open te stellen voor ontwikkeling. Doe je dat met breinvriendelijk onderwijs, dan onthouden ze de lesstof beter. Andere voorbeelden van breinkennis inzetten in je voordeel: heb je een groep die veel praat tijdens je les? Laat ze praten door een coöperatieve werkvorm in te zetten. Zijn ze onrustig? Plan een beweegmoment in. Is iets niet duidelijk? Maak het visueel. Jij kunt beïnvloeden hoe je met het gedrag omgaat.’

Antwoorden roepen

Geldt dat ook voor probleemgedrag? Van der Zwan moet lachen. ‘Het klinkt misschien flauw, maar iets is ‘probleemgedrag’ als je als docent niet goed weet hoe ermee om te gaan. Veel gedrag waar we als docent last van hebben, is verbonden aan de prefrontale cortex, die deel uitmaakt van de neocortex. Daar zijn de executieve functies gezeteld. Zo heeft een student die telkens het antwoord door de klas roept, moeite met het remmen van zijn responsen. Als je dat weet, kun je dat positief keren door te zeggen: jij bent enorm betrokken bij de les, maar ik wil ook graag anderen de kans geven. Hoe kunnen we dat oplossen?’

Koetsier

Toch is het niet altijd eenvoudig om alle leerlingen mee te krijgen in de les. ‘Ik zie mezelf als een koetsier die alle paarden aan moet sporen’, vertelt Van der Zwan. ‘Twee voorwaarden voor een goede les zijn essentieel. De eerste is dat alle studenten zich veilig voelen. Dat doe ik door grenzen aan te geven, de sfeer aan te voelen en mijn les eventueel daarop aan te passen. Daarnaast probeer ik aan de relatie te werken door en oprechte interesse te tonen in de studenten en regelmatig ook iets over mijzelf te vertellen. Een les over gespreksvaardigheden kan gerust over mijn eigen blunders gaan.’

Emotie

Een laatste tip die het werken met kinderen en jongeren leuker te maken, is om emotie aan het leerdoel te koppelen. Jan van der Zwan: ‘Zo is ChatGPT enorm opkomst. Die ontwikkeling kan ik niet tegenhouden, dus heb ik voor een les Pedagogiek studenten gevraagd hun tien belangrijkste normen en waarden op te schrijven en via ChatGPT drie pedagogen te zoeken die hierbij aansluiten. Op deze manier kregen ze inzicht in hun pedagogische visie én waren ze meteen meer betrokken bij de les. Studenten slaan informatie namelijk veel beter op als het brein positief verrast wordt. Dan koppelen ze een emotie aan de herinnering.’

 

Meer weten?

Tijdens het congres Zorgonderwijsvernieuwers op 24 april 2024 geeft Jan van der Zwan tijdens zijn masterclass nog meer inzichten in het lerende studentenbrein. Met gegarandeerd interactie en een beetje reuring!

Bekijk het programma>

tekst: Naomi van Esschoten