“Nee hoor, maak gerust fouten.”
Vrijwel iedere praktijkopleider zegt het wel eens.
En dat is goed bedoeld.
Toch maken veel studenten juist zo min mogelijk fouten.
Ze kijken eerst naar de begeleider.
Twijfelen.
Vragen bevestiging.
Of wachten af totdat iemand anders de handeling uitvoert.
Waarom?
Omdat fouten maken spannend is.
En een brein dat spanning ervaart, gaat zich anders gedragen.
Ons brein houdt niet van fouten
Van nature probeert ons brein fouten te voorkomen.
Dat is logisch.
Een fout kan onzekerheid opleveren.
Gezichtsverlies.
Of in de zorg zelfs gevolgen hebben voor een patiënt.
Daardoor kiezen veel studenten automatisch voor de veiligste optie.
Niet proberen.
Niet experimenteren.
Niet hardop redeneren.
En juist daardoor leren ze minder.
Leren is voorspellen
Eigenlijk doet het brein voortdurend één ding.
Voorspellen.
Wat gaat er gebeuren?
Welke stap komt nu?
Wat is de juiste interventie?
Wanneer die voorspelling klopt, gebeurt er weinig.
Maar wanneer de voorspelling niet klopt…
…gaat het brein aan het werk.
Juist een fout laat zien:
Hier zit nog een gat in mijn kennis.
En dát maakt leren mogelijk.
De beste feedback begint vóór de fout
Veel feedback vindt plaats nadat een student iets gedaan heeft.
Maar minstens zo interessant is wat er daarvoor gebeurt.
Vraag bijvoorbeeld:
Wat verwacht je dat er gaat gebeuren?
Of:
Waarom kies je voor deze aanpak?
Nu maakt de student eerst een voorspelling.
Pas daarna volgt de praktijk.
Wanneer de voorspelling niet klopt, ontstaat een krachtig leermoment.
Niet omdat de begeleider het vertelt.
Maar omdat het brein zelf ontdekt dat er iets niet klopt.
Fouten zijn alleen leerzaam als ze veilig zijn
Dit betekent natuurlijk niet dat iedere fout gemaakt moet worden.
In de zorg staat patiëntveiligheid altijd voorop.
Daarom oefenen studenten eerst:
- met fantomen;
- in simulaties;
- met vaardigheidstrainingen;
- onder begeleiding.
Niet om fouten te voorkomen.
Maar om fouten veilig te kunnen maken.
Dat is een belangrijk verschil.
Een veilig leerklimaat is meer dan een mooie uitspraak
Veel organisaties zeggen:
“Hier mag je fouten maken.”
Maar voelt dat ook zo?
Een student voelt binnen enkele dagen:
- of vragen stellen normaal is;
- of collega’s zelf ook twijfels uitspreken;
- of fouten gebruikt worden om te leren of om af te rekenen;
- of feedback nieuwsgierig is of beoordelend.
Psychologische veiligheid ontstaat niet door een poster aan de muur.
Maar door het gedrag van opleiders en collega’s.
Stel andere vragen
Na een fout zijn we vaak geneigd direct oplossingen te geven.
Misschien zijn dit betere vragen:
- Wat dacht je op dat moment?
- Welke informatie gebruikte je?
- Wat maakte deze keuze logisch?
- Wat zou je een volgende keer anders doen?
Zo onderzoek je het denkproces.
En juist daar vindt leren plaats.
De fout is niet het probleem
Vaak richten we ons op de fout zelf.
Maar de interessantste vraag is:
Waarom leek dit op dat moment de juiste keuze?
Daarmee verschuif je van beoordelen naar begrijpen.
En precies dat helpt studenten om betere klinische beslissingen te leren nemen.
Wat kun je morgen anders doen?
Probeer tijdens de volgende praktijkbegeleiding eens minder snel in te grijpen.
Niet wanneer de veiligheid in gevaar komt.
Maar wanneer een student nog aan het nadenken is.
Geef ruimte om keuzes te maken.
Laat voorspellen.
Laat uitleggen.
En bespreek daarna samen wat er gebeurde.
Dat kost misschien een minuut extra.
Maar levert vaak een veel dieper leermoment op.
De volgende vraag
Fouten maken helpt het brein leren.
Maar waarom onthouden sommige ervaringen ons hele leven, terwijl andere alweer vergeten zijn voordat de dienst voorbij is?
Het antwoord heeft alles te maken met emotie.
In het volgende artikel onderzoeken we waarom emotie misschien wel de geheime motor van leren is.

