Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Het 70-20-10 model: waarom leren vooral plaatsvindt in de praktijk

Ontdek het 70-20-10 model en leer hoe studenten en professionals effectief leren via praktijkervaring, samenwerking en formeel onderwijs binnen zorg en onderwijs.
Unsplash

Leren gebeurt allang niet meer alleen in een klaslokaal. Studenten en professionals ontwikkelen zich voortdurend tijdens stages, samenwerking, praktijkervaringen en dagelijkse werkzaamheden. Zeker binnen het zorgonderwijs is dat duidelijk zichtbaar. Een student leert niet alleen uit boeken of lessen, maar juist ook door mee te draaien in de praktijk, feedback te ontvangen en ervaringen op te doen in echte situaties.

Een model dat deze manier van leren helder beschrijft, is het bekende 70-20-10 model. Dit model laat zien dat professionele ontwikkeling voor een groot deel plaatsvindt buiten traditionele scholing om. Het benadrukt het belang van praktijkervaring, samenwerking en informeel leren naast formeel onderwijs.

Binnen onderwijs, coaching en professionele ontwikkeling wordt het model steeds vaker gebruikt om leertrajecten effectiever vorm te geven. Vooral binnen zorgopleidingen en praktijkgericht onderwijs biedt het waardevolle inzichten over hoe studenten en professionals zich daadwerkelijk ontwikkelen.

Maar wat houdt het 70-20-10 model precies in? Waarom is het zo populair binnen onderwijs en organisaties? En hoe kunnen docenten en praktijkopleiders het model toepassen binnen zorgonderwijs en praktijkleren?

 

Wat is het 70-20-10 model?

Het 70-20-10 model beschrijft hoe mensen professionele kennis en vaardigheden ontwikkelen. Volgens het model vindt leren plaats via drie verschillende bronnen:

  • 70% leren door praktijkervaring;
  • 20% leren door interactie en feedback van anderen;
  • 10% leren via formeel onderwijs en trainingen.

Het model werd ontwikkeld door onderzoekers Morgan McCall, Michael Lombardo en Robert Eichinger. Zij ontdekten dat professionals het grootste deel van hun ontwikkeling niet halen uit cursussen of theorie, maar juist uit ervaringen in de praktijk.

Dat betekent niet dat formeel onderwijs onbelangrijk is. Het model laat vooral zien dat leren krachtiger wordt wanneer theorie, praktijkervaring en begeleiding met elkaar verbonden zijn.

 

De 70%: leren door ervaring in de praktijk

Het grootste deel van leren vindt volgens het model plaats tijdens praktijkervaringen. Mensen ontwikkelen vaardigheden vooral door dingen daadwerkelijk te doen, problemen op te lossen en verantwoordelijkheid te nemen.

Binnen zorgonderwijs is dat direct herkenbaar. Studenten leren bijvoorbeeld:

  • communiceren met patiënten;
  • klinisch redeneren;
  • samenwerken;
  • prioriteiten stellen;
  • omgaan met onverwachte situaties.

Veel van deze vaardigheden ontwikkel je niet volledig uit een boek. Studenten groeien juist door ervaring op te doen in realistische situaties.

Stages, simulaties, praktijkleren en werkplekleren spelen daarom een enorme rol binnen professionele ontwikkeling in de zorg.

Daarnaast leren studenten in de praktijk omgaan met complexiteit, tijdsdruk en emoties — aspecten die moeilijk volledig theoretisch aan te leren zijn.

 

Waarom praktijkleren zo krachtig is

Praktijkervaring zorgt voor actief leren. Studenten moeten kennis toepassen, keuzes maken en direct omgaan met de gevolgen van hun handelen.

Daardoor ontstaat diepere verwerking van informatie. Theorie krijgt betekenis wanneer studenten ervaren hoe deze werkt in echte situaties.

Bovendien helpt praktijkleren studenten om:

  • zelfvertrouwen op te bouwen;
  • professionele routines te ontwikkelen;
  • fouten te herkennen;
  • kritisch te reflecteren;
  • zelfstandigheid te vergroten.

Juist binnen zorgopleidingen is praktijkleren essentieel omdat studenten worden voorbereid op een beroep waarin handelen onder druk een grote rol speelt.

 

De 20%: leren van anderen

Volgens het 70-20-10 model ontstaat een belangrijk deel van leren door interactie met anderen. Feedback, coaching, observatie en samenwerking hebben grote invloed op ontwikkeling.

Binnen zorgonderwijs gebeurt dit voortdurend. Studenten leren bijvoorbeeld van:

  • docenten;
  • praktijkopleiders;
  • collega’s;
  • medestudenten;
  • ervaren zorgprofessionals.

Door samen te werken en feedback te ontvangen, krijgen studenten inzicht in hun sterke punten en ontwikkelpunten.

Ook observatie speelt een belangrijke rol. Studenten leren veel door ervaren professionals te zien handelen in complexe situaties.

Daarnaast helpt samenwerking studenten om verschillende perspectieven te begrijpen en communicatieve vaardigheden te ontwikkelen.

 

Het belang van feedback en coaching

Goede begeleiding versnelt leren enorm. Studenten groeien sneller wanneer zij gerichte feedback ontvangen en kunnen reflecteren op hun handelen.

Voor praktijkopleiders en docenten betekent dit dat begeleiding veel verder gaat dan alleen beoordelen. Coaching, vragen stellen en samen reflecteren zijn minstens zo belangrijk.

Korte coachmomenten tijdens praktijkleren kunnen bijvoorbeeld grote impact hebben op:

  • zelfvertrouwen;
  • kritisch denken;
  • professionele houding;
  • motivatie.

Daarom sluit het 70-20-10 model goed aan bij didactisch coachen en formatief handelen.

 

De 10%: formeel leren en onderwijs

Hoewel het model benadrukt dat veel leren buiten formeel onderwijs plaatsvindt, blijft theorie belangrijk. Formele scholing vormt de basis waarop praktijkervaring kan worden opgebouwd.

Binnen zorgonderwijs gaat het bijvoorbeeld om:

  • medische kennis;
  • protocollen;
  • anatomie;
  • communicatievaardigheden;
  • ethiek;
  • wet- en regelgeving.

Docenten helpen studenten om theoretische kaders te begrijpen en verbanden te leggen met de praktijk.

Het probleem ontstaat vooral wanneer onderwijs volledig losstaat van de praktijk. Studenten onthouden theorie beter wanneer zij direct ervaren hoe kennis wordt toegepast.

Juist daarom werkt de combinatie van theorie, praktijkervaring en begeleiding zo krachtig.

 

Veelvoorkomende misverstanden over het model

Een veelvoorkomend misverstand is dat het 70-20-10 model exacte percentages voorschrijft. Het model moet echter niet letterlijk worden gezien.

De cijfers zijn vooral bedoeld om duidelijk te maken dat leren veel breder is dan alleen formeel onderwijs.

Daarnaast betekent het model niet dat klassikaal onderwijs minder belangrijk is. Zonder goede theoretische basis wordt praktijkleren juist lastig.

De kracht zit in de combinatie:

  • theorie geeft richting;
  • praktijkervaring zorgt voor toepassing;
  • feedback ondersteunt ontwikkeling.

Effectief onderwijs brengt deze drie onderdelen samen.

 

Waarom het model goed past binnen zorgonderwijs

Het zorgberoep vraagt om complexe professionele vaardigheden. Studenten moeten kennis combineren met communicatie, klinisch redeneren, samenwerking en professioneel handelen.

Het 70-20-10 model sluit daar goed op aan omdat het erkent dat professionele ontwikkeling grotendeels plaatsvindt in realistische situaties.

Stages en praktijkleren vormen daarom niet alleen een aanvulling op onderwijs, maar een essentieel onderdeel van het leerproces.

Daarnaast benadrukt het model het belang van begeleiding en reflectie. Studenten leren niet automatisch van ervaring. Groei ontstaat vooral wanneer ervaringen worden besproken, geanalyseerd en gekoppeld aan theorie.

Daarin spelen docenten en praktijkopleiders een cruciale rol.

 

Het model stimuleert eigenaarschap

Een belangrijk voordeel van het 70-20-10 model is dat studenten actiever betrokken raken bij hun eigen ontwikkeling.

Leren wordt niet langer gezien als iets dat alleen tijdens lessen gebeurt, maar als een continu proces van:

  • ervaren;
  • reflecteren;
  • samenwerken;
  • feedback ontvangen;
  • verbeteren.

Daardoor ontwikkelen studenten meer eigenaarschap over hun leerproces en professionele groei.

Binnen de zorg is dat extra belangrijk, omdat professionals voortdurend moeten blijven leren en zich aanpassen aan nieuwe situaties.

 

De rol van docenten en praktijkopleiders verandert

Binnen het 70-20-10 model verschuift de rol van docenten en praktijkopleiders. Zij zijn niet alleen kennisoverdragers, maar begeleiden studenten actief tijdens hun ontwikkeling.

Dat betekent:

  • praktijkervaringen creëren;
  • reflectie stimuleren;
  • feedback geven;
  • coachen;
  • verbinding maken tussen theorie en praktijk.

Effectieve begeleiding helpt studenten om bewuster te leren van ervaringen in plaats van alleen taken uit te voeren.

 

Waarom het model steeds populairder wordt

De populariteit van het 70-20-10 model groeit omdat onderwijs en organisaties steeds meer erkennen dat leren vooral plaatsvindt tijdens dagelijkse praktijkervaringen.

Binnen onderwijs en zorgopleidingen groeit de aandacht voor:

  • praktijkgericht leren;
  • werkplekleren;
  • formatief handelen;
  • coaching;
  • professionele ontwikkeling;
  • blended learning.

Het model sluit goed aan bij die ontwikkelingen omdat het leren breder bekijkt dan alleen traditionele scholing.

 

Kritiek op het 70-20-10 model

Hoewel het model veel gebruikt wordt, is er ook kritiek. Sommige onderzoekers wijzen erop dat de percentages niet wetenschappelijk exact onderbouwd zijn.

Daarnaast verschilt leren sterk per persoon, situatie en vakgebied. Niet iedereen leert op dezelfde manier.

Toch blijft de kern van het model waardevol: professionele ontwikkeling ontstaat niet alleen in leslokalen, maar juist ook in praktijkervaringen en samenwerking met anderen.

 

Tot slot

Het 70-20-10 model laat zien dat effectief leren veel breder is dan formeel onderwijs alleen. Studenten en professionals ontwikkelen zich vooral door praktijkervaring, samenwerking en reflectie.

Voor docenten en praktijkopleiders biedt het model waardevolle inzichten om onderwijs sterker te verbinden met de praktijk. Theorie blijft belangrijk, maar krijgt pas echt betekenis wanneer studenten leren toepassen in realistische situaties.

Juist binnen zorgonderwijs, waar professioneel handelen, samenwerking en praktijkervaring centraal staan, vormt het 70-20-10 model een krachtig uitgangspunt voor toekomstgericht leren en ontwikkelen.