Waarom veranderen mensen soms niet, terwijl ze het eigenlijk wel willen?
Waarom verandert gedrag zo moeilijk?
Een student weet dat regelmatig studeren betere resultaten oplevert, maar begint toch pas de avond voor het tentamen.
Een zorgprofessional wil vaker feedback vragen, maar doet het nauwelijks.
Een patiënt begrijpt dat meer bewegen gezond is, maar blijft vooral op de bank zitten.
In al deze situaties ontbreekt niet per se de kennis.
Er ontbreekt iets anders.
Volgens gedragswetenschapper Susan Michie ontstaat gedrag alleen wanneer drie voorwaarden tegelijk aanwezig zijn: bekwaamheid, gelegenheid en motivatie. Ontbreekt één van deze elementen, dan wordt gedragsverandering veel moeilijker.
Dat idee vormt de basis van het COM-B-model, een van de meest gebruikte modellen voor gedragsverandering binnen onderwijs, zorg, coaching en organisatieontwikkeling.
Wat is het COM-B-model?
Het COM-B-model werd ontwikkeld door de Britse gedragswetenschapper Susan Michie en haar collega’s van University College London.
De naam COM-B bestaat uit vier onderdelen:
- Capability (bekwaamheid)
- Opportunity (gelegenheid)
- Motivation (motivatie)
- Behaviour (gedrag)
Volgens het model ontstaat gedrag alleen wanneer iemand:
- in staat is het gedrag uit te voeren;
- de gelegenheid heeft om het gedrag te laten zien;
- én voldoende gemotiveerd is om dat gedrag daadwerkelijk uit te voeren.
Gedrag is dus geen kwestie van wilskracht alleen.
Het is het resultaat van verschillende factoren die elkaar voortdurend beïnvloeden.

Capability: kan iemand het gedrag uitvoeren?
De eerste voorwaarde is Capability.
Dat gaat over de vraag of iemand over voldoende kennis en vaardigheden beschikt.
Een student kan bijvoorbeeld gemotiveerd zijn om beter te reflecteren, maar niet weten hoe een goede reflectie eruitziet.
Een verpleegkundige wil misschien feedback geven, maar heeft nooit geleerd hoe je dat op een constructieve manier doet.
Capability bestaat uit twee onderdelen.
Fysieke bekwaamheid gaat over praktische vaardigheden.
Psychologische bekwaamheid gaat over kennis, inzicht, geheugen en denkvaardigheden.
Wanneer één van beide ontbreekt, wordt gedragsverandering lastig.
Opportunity: krijgt iemand de kans om het gedrag te laten zien?
Zelfs wanneer iemand iets kan én wil, lukt gedragsverandering niet altijd.
Daarvoor is ook Opportunity nodig.
De omgeving speelt hierin een grote rol.
Heeft iemand voldoende tijd?
Is er ruimte om te oefenen?
Wordt nieuw gedrag gestimuleerd?
Of juist ontmoedigd?
Een docent kan studenten stimuleren om feedback te vragen.
Maar wanneer daar tijdens een stage nauwelijks ruimte voor is, zal het gewenste gedrag waarschijnlijk niet ontstaan.
Gedrag wordt dus mede bepaald door de context waarin iemand zich bevindt.
Motivation: wil iemand het gedrag daadwerkelijk uitvoeren?
Motivatie vormt de derde pijler van het COM-B-model.
Daarbij gaat het niet alleen om bewuste motivatie.
Ook gewoonten, emoties en automatische reacties beïnvloeden gedrag.
Iemand kan rationeel weten dat reflecteren belangrijk is.
Maar wanneer reflectie vooral wordt ervaren als een verplicht formulier, zal de motivatie beperkt blijven.
Susan Michie maakt daarom onderscheid tussen bewuste motivatie en automatische motivatie.
Juist die combinatie verklaart waarom goede voornemens niet altijd leiden tot ander gedrag.
Behaviour: gedrag ontstaat uit de wisselwerking
De kracht van het COM-B-model zit in de samenhang.
Gedrag ontstaat niet door één oorzaak.
Capability, Opportunity en Motivation beïnvloeden elkaar voortdurend.
Een student die succes ervaart, ontwikkelt meer motivatie.
Meer motivatie leidt vaak tot meer oefening.
Meer oefening vergroot vervolgens de bekwaamheid.
Zo ontstaat een positieve spiraal.
Het tegenovergestelde gebeurt eveneens.
Wanneer iemand onvoldoende mogelijkheden krijgt om nieuw gedrag te oefenen, neemt de motivatie vaak af.
Het COM-B-model in het onderwijs
Binnen het onderwijs biedt COM-B een praktische manier om leerproblemen te analyseren.
Stel dat een student nauwelijks actief deelneemt aan de les.
Dan kun je jezelf drie vragen stellen.
Beschikt de student over voldoende kennis en vaardigheden om mee te doen?
Voelt de leeromgeving veilig genoeg om vragen te stellen?
En ziet de student het nut van actieve deelname?
Door deze vragen systematisch te beantwoorden, voorkom je dat gedrag te snel wordt verklaard vanuit motivatie alleen.
Vaak blijkt dat ook de leeromgeving of het ontbreken van vaardigheden een belangrijke rol speelt.
COM-B in de zorg
Ook binnen de zorg wordt het COM-B-model veel gebruikt.
Bij leefstijlverandering, medicatietrouw en preventie blijkt steeds opnieuw dat informatie alleen onvoldoende is.
Een patiënt weet vaak heel goed wat gezond gedrag is.
De uitdaging ligt meestal ergens anders.
Misschien ontbreekt het vertrouwen om te beginnen.
Misschien is de omgeving niet ondersteunend.
Of misschien zijn oude gewoonten sterker dan de intentie om te veranderen.
Door systematisch te kijken naar Capability, Opportunity en Motivation kunnen zorgprofessionals gerichter begeleiden.
Waarom het COM-B-model zo praktisch is
Veel modellen beschrijven hoe gedragsverandering verloopt.
Het COM-B-model helpt juist om te ontdekken waarom gedragsverandering stokt.
Dat maakt het bijzonder bruikbaar.
Wanneer gedrag uitblijft, hoef je niet direct te concluderen dat iemand ongemotiveerd is.
Misschien ontbreekt kennis.
Misschien zijn de omstandigheden ongunstig.
Of misschien vraagt de omgeving om een andere aanpak.
Daardoor voorkomt COM-B dat gedragsproblemen te snel worden toegeschreven aan de persoon zelf.
Een praktijkvoorbeeld
Een docent merkt dat studenten nauwelijks feedback aan elkaar geven tijdens groepsopdrachten.
Met behulp van het COM-B-model onderzoekt zij de situatie.
De studenten blijken niet goed te weten hoe zij constructieve feedback kunnen formuleren. Er ontbreekt dus Capability.
Daarnaast is de sfeer in de groep gespannen. Studenten zijn bang elkaar te kwetsen. Ook Opportunity blijkt onvoldoende aanwezig.
Ten slotte geven studenten aan dat zij feedback vooral zien als iets dat hoort bij beoordelen en niet bij leren. Hun Motivation is daardoor beperkt.
In plaats van studenten simpelweg aan te moedigen vaker feedback te geven, besluit de docent eerst feedbackvaardigheden te oefenen, duidelijke spelregels af te spreken en uit te leggen waarom feedback helpt om beter te leren.
Enkele weken later blijkt dat studenten elkaar veel actiever feedback geven.
Niet omdat zij harder hun best doen.
Maar omdat alle voorwaarden voor gedragsverandering beter zijn ingevuld.
De relatie met andere modellen
Het COM-B-model sluit goed aan bij verschillende theorieën over leren en gedragsverandering.
De cirkel van gedragsverandering van Prochaska en DiClemente beschrijft de verschillende fasen die mensen doorlopen tijdens een verandering. COM-B helpt vervolgens te analyseren waarom iemand in een bepaalde fase blijft hangen.
Ook de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan sluit goed aan. Autonomie, verbondenheid en competentie versterken de motivatie die binnen COM-B zo’n belangrijke rol speelt.
Daarnaast zijn er duidelijke raakvlakken met Bandura. Zijn begrip self-efficacy – het vertrouwen in eigen kunnen – beïnvloedt zowel Capability als Motivation.
Samen geven deze modellen een rijk beeld van hoe mensen nieuw gedrag ontwikkelen.
Veelgemaakte fouten
Wanneer gedragsverandering uitblijft, wordt vaak als eerste gekeken naar motivatie.
Dat is begrijpelijk, maar meestal te eenvoudig.
Een gebrek aan gedrag betekent niet automatisch een gebrek aan motivatie.
Misschien weet iemand niet hoe het moet.
Misschien ontbreekt de gelegenheid.
Of misschien is de omgeving zo ingericht dat nieuw gedrag nauwelijks kans krijgt.
Het COM-B-model helpt juist om breder te kijken en gedragsverandering systematisch te analyseren.
Tot slot
Het COM-B-model laat zien dat duurzaam gedrag nooit ontstaat door motivatie alleen.
Mensen veranderen wanneer zij beschikken over de juiste kennis en vaardigheden, wanneer de omgeving het gewenste gedrag ondersteunt én wanneer zij voldoende motivatie ervaren om daadwerkelijk in beweging te komen.
Voor docenten, praktijkopleiders, coaches en zorgprofessionals biedt het model een praktisch hulpmiddel om gedrag beter te begrijpen én effectiever te begeleiden.
Misschien is dat wel de grootste kracht van COM-B.
Het vraagt niet: “Waarom verandert iemand niet?”
Maar:
“Welke voorwaarde ontbreekt nog om verandering mogelijk te maken?”
Veelgestelde vragen
Wat is het COM-B-model?
Het COM-B-model is een gedragsmodel van Susan Michie dat beschrijft hoe gedrag ontstaat. Volgens het model is gedragsverandering alleen mogelijk wanneer iemand beschikt over voldoende bekwaamheid (Capability), gelegenheid (Opportunity) en motivatie (Motivation).
Waar staat COM-B voor?
COM-B staat voor Capability, Opportunity, Motivation en Behaviour. De eerste drie factoren beïnvloeden samen of bepaald gedrag daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
Waar wordt het COM-B-model voor gebruikt?
Het COM-B-model wordt veel toegepast binnen onderwijs, zorg, coaching, leefstijlinterventies en organisatieontwikkeling. Het helpt professionals te analyseren waarom gewenst gedrag wel of niet ontstaat.
Wat maakt het COM-B-model anders dan andere gedragsmodellen?
Veel gedragsmodellen beschrijven de fasen van verandering. COM-B kijkt juist naar de voorwaarden die nodig zijn om gedrag mogelijk te maken. Daardoor helpt het model niet alleen te begrijpen dát gedrag uitblijft, maar vooral waarom.

