Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Leerstijlen ontkracht in het beroepsonderwijs: wat werkt wél voor docenten en studenten?

Veel mensen geloven dat studenten beter leren als je lesmateriaal aanpast aan leerstijlen, zoals visueel of auditief. Onderzoek laat iets anders zien: in dit artikel lees je waarom de leerstijlenmythe niet klopt en welke leerbenaderingen docenten wél kunnen inzetten.
Photo by <a href="https://unsplash.com/@marcus_ganahl?utm_source=unsplash&utm_medium=referral&utm_content=creditCopyText">Marcus Ganahl</a> on <a href="https://unsplash.com/photos/text-W5qgKZj-qnk?utm_source=unsplash&utm_medium=referral&utm_content=creditCopyText">Unsplash</a>

Leerstijlen: waar komt het idee vandaan?

Het idee van leerstijlen werd populair in de jaren zeventig en tachtig. Modellen van onder anderen Neil Fleming en Howard Gardner maakten de gedachte bekend dat mensen informatie het best verwerken via een vaste voorkeursroute, zoals visueel, auditief of kinesthetisch (leren door te doen). In de praktijk leidde dat tot de overtuiging dat je lesmateriaal moet “matchen” met zo’n stijl om betere leerresultaten te krijgen.

 

Leerstijlen, leervoorkeuren en leerstrategieën: dit is het verschil

De termen worden vaak door elkaar gebruikt, terwijl ze iets anders betekenen.

 

Leerstijlen

Leerstijlen gaan uit van het idee dat studenten een aangeboren manier van leren hebben die voor hen het best werkt. Bijvoorbeeld: “ik leer alleen goed met plaatjes” of “ik moet het eerst doen voordat ik het snap”.

 

Leervoorkeuren

Leervoorkeuren zijn wat studenten zélf prettig vinden of denken nodig te hebben. Een student kan bijvoorbeeld zeggen liever een video te kijken dan een tekst te lezen. Dat gevoel kan kloppen, maar het zegt nog niets over wat tot beter leren leidt.

 

Leerstrategieën

Leerstrategieën zijn bewuste aanpakken die studenten kunnen oefenen en die docenten kunnen aanleren of stimuleren. Het gaat dan om manieren van leren die in onderzoek herhaaldelijk terugkomen als helpend voor begrip en onthouden, zoals gespreid oefenen, zelftesten en gerichte feedback.

 

Waarom leerstijlen zijn ontkracht

Het idee van leerstijlen klinkt aantrekkelijk: het voelt persoonlijk en studentgericht. Toch laten onderzoeken geen overtuigend bewijs zien dat het aanpassen van onderwijs aan leerstijlen leidt tot betere leerresultaten. Pashler en collega’s (2008) concludeerden dat er onvoldoende bewijs is om onderwijs op leerstijlen te baseren. Kirschner en Van Merriënboer (2013) waarschuwen bovendien dat vasthouden aan leerstijlen nadelige gevolgen kan hebben.

 

Wat gaat er mis als je onderwijs op leerstijlen bouwt?

Tijd en middelen gaan naar de verkeerde plek

Als je als docent veel tijd steekt in het ombouwen van materiaal naar “visueel”, “auditief” en “kinesthetisch”, blijft er minder ruimte over voor aanpakken waarvan wel bekend is dat ze studenten helpen.

 

Studenten oefenen te weinig met verschillende manieren van leren

Wanneer studenten vooral werken binnen één vermeende voorkeursstijl, missen ze kansen om andere leerhandelingen te trainen. Dat kan hun flexibiliteit beperken, juist in een beroepscontext waarin je vaak moet schakelen tussen lezen, luisteren, handelen, overleggen en reflecteren.

 

Misvattingen worden versterkt

De leerstijlenmythe kan het beeld versterken dat leren vooral draait om “de juiste vorm” van uitleg, terwijl leren meestal juist vraagt om oefenen, herhalen, toepassen en terughalen van kennis.

 

Het kan de zelfperceptie van studenten onder druk zetten

Sommige studenten (of ouders) gaan geloven dat leren alleen lukt op één manier (“ik ben nu eenmaal een doener”). Dat kan motivatie en zelfvertrouwen aantasten en kan leiden tot onrealistische verwachtingen richting de docent.

 

Wat docenten in het beroepsonderwijs wél kunnen doen

In plaats van studenten in hokjes te plaatsen, helpt het om studenten verschillende leerstrategieën te laten oefenen. Dat sluit goed aan bij beroepsonderwijs: leren met hoofd, hart en handen, en steeds de koppeling maken met het beroep.

Hieronder staan vijf praktische, onderbouwde didactische tips die je direct kunt inzetten.

 

Tip 1: Breng afwisseling aan in oefenen en verwerken

Laat studenten dezelfde kennis of vaardigheid in meerdere vormen en contexten terugzien. Denk aan een opdracht die start met een korte casus, daarna een groepsgesprek, gevolgd door het analyseren van een video uit de praktijk. Afwisseling kan ook klein zijn: een korte quiz, een open vraag, een tekening/schema maken van het antwoord of een korte discussie.

 

Waarom dit past bij het mbo

Studenten oefenen zo niet alleen de inhoud, maar ook het schakelen tussen situaties: precies wat ze later nodig hebben op de werkvloer.

 

Tip 2: Koppel de leerstof aan herkenbare beroepssituaties

Waar het kan, helpt contextueel leren: verbind theorie aan echte problemen en situaties. Laat studenten concepten toepassen op een actuele uitdaging in het werkveld, of werk met opdrachten die lijken op taken bij organisaties of bedrijven.

 

Voorbeeld

In een opleiding zorg en welzijn kun je communicatieprincipes koppelen aan een realistisch gesprek met een cliënt of familie, inclusief reflectie achteraf op keuzes in taal en houding.

 

Tip 3: Werk met gespreide herhaling

In plaats van alles in één blok behandelen (en daarna laten wegzakken), plan je korte herhaalmomenten verspreid over de tijd. Dit wordt ook wel distributed practice genoemd. Studenten komen zo vaker terug bij kernbegrippen en bouwen hun kennis stabieler op.

 

Zo maak je het concreet

  • Start iedere les met 5 minuten herhalen van vorige week (2–4 korte vragen).
  • Laat opdrachten terugkomen in oplopende moeilijkheid, verspreid over meerdere weken.

Tip 4: Geef feedback die aansluit op de student en de taak

Feedback werkt het best wanneer die specifiek is: wat ging goed, wat kan beter, en wat is een logische volgende stap? Neem waar mogelijk ook leerproces mee: hoe heeft de student geoefend en wat kan slimmer of zorgvuldiger?

 

Praktische insteek

Werk met korte feedbackrondes tijdens het maken van beroepsproducten (verslag, plan, presentatie, handeling). Zo blijft feedback verbonden aan wat studenten echt doen.

 

Tip 5: Stimuleer zelftesten: kennis ophalen in plaats van alleen nalezen

Veel studenten denken dat ze iets beheersen als ze het herkennen (“ik snap het als ik het lees”). Leren wordt steviger als studenten kennis actief moeten terughalen. Dat kan met oefenvragen, mini-quizzen of een korte oefentoets.

 

Zo bouw je het in

  • Gebruik regelmatig korte polls of quizvragen tijdens een les.
  • Laat studenten oefenvragen maken (en uitwisselen) in plaats van alleen samenvatten.
  • Bied oefentoetsen aan met nabespreking: welke fouten zie je, en wat betekent dat voor je aanpak?

En Kolb dan? Handig als gesprekstaal, niet als lesrecept

Modellen zoals Kolb (met “doener”, “dromer”, “denker”, “beslisser”) worden vaak gebruikt om over voorkeuren te praten. Dat kan nuttig zijn als startpunt voor reflectie (“waar neig ik naar?”). Het wordt pas een probleem als het model wordt gebruikt om onderwijs vast te zetten per type student. In beroepsonderwijs hebben studenten juist baat bij het doorlopen van verschillende leerhandelingen: ervaren, terugkijken, begrippen vormen en opnieuw toepassen.

 

Samenvatting

Leerstijlen klinken logisch, maar onderzoek ondersteunt niet dat onderwijs beter wordt door lesmateriaal te “matchen” op vaste leerstijlen. Docenten in het beroepsonderwijs helpen studenten meer door te werken met afwisseling, herkenbare beroepscontext, gespreide herhaling, gerichte feedback en zelftesten. Zo leren studenten niet volgens één route, maar bouwen ze een bredere, bruikbare leerbasis op.