
Samen werken aan beter studentleren
Binnen het beroepsonderwijs wordt steeds duidelijker dat leren niet verbetert door losse acties of opgelegde plannen. Wat wél werkt, is samen optrekken: leidinggevenden, docenten en teams die gezamenlijk kijken naar wat studenten nodig hebben. Ervaringen uit leiderschapscollectieven laten zien dat het doorbreken van werken in afzondering leidt tot meer samenhang en beter begrip van onderwijspraktijken.
In veel teams ligt de focus op het gebruiken van data om onderwijs te verbeteren. Daarbij valt op dat leidinggevenden dit proces niet altijd zichtbaar voordoen. Terwijl juist het voorbeeldgedrag van leidinggevenden richtinggevend is voor docenten: zij letten vooral op wat je doet, minder op wat je zegt.
Onderstaande vier stappen zijn geïnspireerd op de praktijk van onderwijsleiders en zijn direct toepasbaar, mits ze aansluiten bij een concreet vraagstuk binnen het team.
Stap 1: Maak de stem van de student zichtbaar en bruikbaar
Een leidinggevende deelde hoe haar team korte observaties tijdens lesbezoeken combineert met korte studentenvragenlijsten over bijvoorbeeld betrokkenheid en veiligheid. Zo ontstaat niet alleen zicht op wat docenten doen, maar ook op hoe studenten dit ervaren.
Binnen deze aanpak wordt onderscheid gemaakt tussen procesinformatie (handelen van volwassenen) en belevingsinformatie (ervaringen van studenten). Door deze bronnen samen te bekijken, ontstaat een vollediger beeld van wat er in de klas gebeurt en waar bijsturing nodig is.
Stap 2: Gebruik toetsgegevens als startpunt voor begeleiding
Een schoolleider uit het voortgezet onderwijs vertelde hoe hij voortgangstoetsen inzet om studenten te signaleren die extra ondersteuning nodig hebben. Die informatie koppelt hij aan observaties in de les en aan gerichte gesprekken met docenten.
Hij werkt met een overzicht op één pagina waarin drie elementen samenkomen: patronen op teamniveau, zichtbaar lesgedrag en een kleine aanpassing die de docent uitprobeert. Vervolgens kijkt het team samen wat dit betekent voor de ontwikkeling van studenten.
Stap 3: Geef gerichte en behapbare terugkoppeling
Een andere leidinggevende beschreef hoe zij zich richt op kleine aanpassingen in het lesgeven, zoals werken met instructie in kleine groepen of het bewust inzetten van digitale middelen. Daarbij stelt zij vragen als: wat zagen we tijdens de les en wat deed dit met het leren van studenten?
De antwoorden worden gekoppeld aan observaties van docenten zelf, studentreflecties en voortgangsgegevens. De terugkoppeling krijgt vorm in een gesprek, niet in een oordeel, en sluit aan bij wat er daadwerkelijk in de klas gebeurde.
Stap 4: Zie afwijkende resultaten als aanleiding voor gezamenlijke vragen
Wanneer resultaten niet op één lijn liggen, kan dat spanning oproepen. Een adjunct-directeur liet zien hoe hij dit juist gebruikt om samen te leren. In een team bleken studenten hun opdrachten goed af te ronden en hoge cijfers te halen, terwijl de resultaten op een gezamenlijke formatieve toets achterbleven.
In plaats van te zoeken naar fouten, stelde het team een leervraag centraal: hoe kan het dat deze verschillen ontstaan en wat zegt dit over hoe we voortgang bespreken met studenten? Door dit samen te onderzoeken, groeide het vertrouwen binnen het team en werd het gesprek inhoudelijker.
